wetzoeker

Artikel 12 Besluit Luchtverkeer BES

Luchtverkeersdienstverlening en kwaliteits- en veiligheidssysteem luchtverkeersleidingsdiensten

In het luchtruim, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden bij ministeriële regeling aangewezen:

a. algemene luchtverkeersleidingsgebieden en algemene luchtverkeersleidingsdiensten;

b. naderingsluchtverkeersleidingsgebieden en naderingsluchtverkeersleidingsdiensten;

c. plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden en plaatselijke luchtverkeersleidingsdiensten.

2. In de algemene- en naderingsluchtverkeersleidingsgebieden wordt luchtverkeersleiding gegeven aan IFR-vluchten, tenzij luchtverkeersleidingsgebieden of delen van luchtverkeersleidingsgebieden worden aangewezen, waarbinnen eveneens luchtverkeersleiding wordt gegeven aan VFR-vluchten.

3. In de plaatselijk luchtverkeersleidingsgebieden wordt luchtverkeersleiding gegeven aan luchtvaartterreinverkeer.

4. Delen van het luchtruim, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen worden aangewezen als bijzondere luchtverkeersdienstverleningsgebieden, waarbinnen nadere voorschriften worden gesteld ter bescherming van:

a. bepaalde soorten luchtverkeer; of

b. bijzondere luchtvaartactiviteiten.

5. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling delen van het luchtruim, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aangewezen worden waarbinnen na overleg met de bevoegde autoriteiten van een aangrenzende Staat, luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven door een instantie van die Staat.

6. De luchtverkeersdienstverleners coördineren de uitvoering van deze taken met de luchtverkeersdienstverleners binnen hetzelfde gebied of in aangrenzende gebieden.

7. Bij een aanwijzing van de luchtverkeersleidingsgebieden, bedoeld in het tweede lid, worden de grenzen daarvan zodanig vastgesteld, dat de aangewezen luchtruimte voldoende is voor het bevatten van de vliegbaan van de IFR-vluchten waaraan luchtverkeersleiding zal worden gegeven, rekening houdend met de te gebruiken navigatie-hulpmiddelen. De ondergrens van een algemeen luchtverkeersleidingsgebied wordt niet lager vastgesteld dan 213 meter (700 voet) boven de grond of het water. De ondergrens van een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied ligt op de grond of het water; de laterale begrenzing wordt vastgesteld op ten minste 9260 meter (5 zeemijlen) van het middelpunt van het betrokken luchtvaartterrein in de richting waaruit naderingen kunnen plaatsvinden.

Regeling
Besluit Luchtverkeer BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028639
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl