wetzoeker

Artikel 28 Arbeidsveiligheidsbesluit II BES

1 Elk gedeelte van de constructie van elke loopkat of lier moet van metaal zijn.

2 Bij het gebruik van staaldraadkabels mag voor handbedrijf de doorsnede van de snaarschijven of de trommels niet minder zijn dan 400 maal de doorsnede van de draden in de kabel, de kern van de kabel uitgezonderd. Deze verhouding wordt voor rustig motorisch bedrijf gesteld op 500 en voor snelhijsend motorisch bedrijf op 600.

3 Wanneer de liertrommel van groeven is voorzien moet, indien r de straal van de groef, d de diameter van de kabel en s de spoed van de groeven is:

a. r = mm minimaal zijn;

2

b. s = d + (1 tot 3) mm minimaal zijn.

4 Liertrommels moeten zijn voorzien van flenzen die de kabel moeten verhinderen van de trommel af te lopen en die tenminste 2½ x d moeten bedragen.

5 Elke kraan, bok, loopkat of lier moet zijn voorzien van een doelmatige reminrichting en van andere veiligheidsvoorzieningen die vereist zijn om het vallen van de opgehangen last te voorkomen.

6 Op elke bok, loopkat of lier moet de bedieningshefboom zijn voorzien van een degelijke grendelinrichting.

Regeling
Arbeidsveiligheidsbesluit II BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028629
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl