wetzoeker

Artikel 56 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Getuigen en deskundigen

1 De rechter doet ambtshalve de personen wier verhoor wenselijk wordt geacht, als ook de personen die voor een der partijen zijn opgegeven, bij aangetekende dienstbrief als getuigen of deskundigen oproepen om te verschijnen ten dage, ter ure, ter plaatse en tot het einde daarbij vermeld.

2 De namen der krachtens het voorgaande lid opgeroepen getuigen en deskundigen worden door de griffier zo spoedig mogelijk aan partijen medegedeeld.

3 Indien een getuige buitenlands woonachtig is of verblijf houdt, is de rechter bevoegd om aan een door hem aangewezen autoriteit van het land zijner woon- of verblijfplaats of aan de Nederlandse consulaire ambtenaar, tot wiens ressort de woon- of verblijfplaats van die getuige behoort te verzoeken het verhoor te houden. Het proces-verbaal van dit getuigenverhoor heeft gelijke kracht als dat van de rechter in een openbaar lichaam. Bij een verzoek als in de vorige volzin bedoeld, zal de rechter voorts de buitenlandse autoriteit, dan wel de Nederlandse consulaire ambtenaar verzoeken om aan partijen tijdig bij aangetekende brief kennis te geven van de dag, uur en plaats, waarop het verhoor zal worden gehouden, en tevens het tijdstip vaststellen, waarop de zaak weder ter zitting zal worden behandeld. Een verzoek als in dit lid bedoeld mag ook dadelijk worden uitgelokt zonder voorafgaande oproeping van de getuige.

Regeling
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0028616
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl