wetzoeker

Artikel 29 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Werkzaamheden

1 Het is de voorzitter en leden van de raad verboden:

a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;

b. de gevoelens te openbaren, welke in raadkamer over aanhangige gedingen zijn geuit;

c. over een voor hen aanhangig geding of een geding, dat, naar zij weten of vermoeden, voor hen aanhangig zal worden, zich in te laten in enig onderhoud of gesprek met partijen of hun raadslieden of van deze enige bijzondere onderrichting, memorie of schriftuur aan te nemen.

2 De onder a en b, van lid 1 omschreven verbodsbepalingen gelden ook voor de dienstdoende griffier.

Regeling
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0028616
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl