wetzoeker

Artikel 114 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Aanvang van het geding en schriftelijke behandeling

1 Het administratief orgaan dat als geïntimeerde optreedt zendt tegelijk met de contra-memorie in artikel 113 bedoeld, althans uiterlijk binnen de termijn gesteld in het eerste lid van het vorige artikel alle zich onder zijn berusting bevindende tot de zaak betrekkelijke stukken, met uitzondering alleen van de zodanige tegen welker inzending het openbaar belang zich bepaaldelijk verzet, in ter griffie van de raad. Ingezonden worden hetzij de oorspronkelijke stukken, hetzij gewaarmerkte afschriften. Op verzoek van de betrokken geïntimeerde kan de voorzitter van de raad de in de eerste volzin vermelde termijn verlengen.

2 Voor zover nodig neemt de voorzitter maatregelen ter verzekering van de geheimhouding.

3 Ambtenaren als partij in een geding of in welke hoedanigheid ook ter zitting verschijnende of optredende, mogen mondeling noch schriftelijk mededeling doen uit of omtrent stukken, die ingevolge het bepaalde in het eerste lid niet mogen worden overgelegd.

Regeling
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0028616
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl