wetzoeker

Artikel 104 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Aanvang van het geding en schriftelijke behandeling

1 Het beroepschrift houdt in:

a. de naam en de woonplaats van degene die hoger beroep instelt en, indien hij een vertegenwoordiger of gemachtigde heeft, ook van deze;

b. een duidelijke omschrijving van de door het gerecht genomen, met redenen omklede beslissing, bedoeld in artikel 89;

c. de gronden waarop het hoger beroep berust;

d. een bepaalde vordering; in zover terzake van de aangevallen handeling schadevergoeding gevorderd wordt, het bedrag.

2 In het beroepschrift moet door de appellant tevens woonplaats gekozen worden in het Caribische deel van het Koninkrijk.

3 Het beroepschrift moet zijn ondertekend door de appellant of diens vertegenwoordiger of gemachtigde, doch kan in de gevallen omschreven in artikel 1 van de Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES worden ingediend door tussenkomst van de daarin bedoelde ambtenaren.

4 De in te dienen beroepschriften worden opgemaakt overeenkomstig het model vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.

5 In het geval bedoeld in het derde lid van artikel 91 is het in het eerste lid onder b. van dit artikel bepaalde niet van toepassing.

Regeling
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0028616
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl