wetzoeker

Artikel 10 Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES

Vakantie van ambtenaren niet behorende tot het onderwijzend personeel bij het van overheidswege gegeven openbaar onderwijs en tot die bedoeld in Hoofdstuk IIIA alsmede die bedoeld in het Besluit rechtspositie korps politie BES

1 In alle gevallen waarin de ambtenaar in een kalenderjaar dertig dagen of meer al dan niet aaneengesloten anders dan ten gevolge van verleende vakantie, levensfaseverlof, vrijstelling van dienst wegens ziekte, vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden met behoud van vol inkomen of vergoeding in vrije tijd wegens verricht overwerk geen werkelijke dienst doet, worden zijn aanspraken op vakantie op grond van artikel 5 naar evenredigheid verminderd.

2 Indien de tijd, gedurende welke de ambtenaar geen werkelijke dienst doet, zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekt, worden de aanspraken op vakantie bij toepassing van het vorige lid, over de desbetreffende kalenderjaren naar evenredigheid verminderd.

3 Indien de vermindering bedoeld in het eerste lid niet kan worden toegepast omdat de aan de ambtenaar toekomende vakantie in het desbetreffende kalenderjaar reeds geheel is genoten of daarvoor niet toereikend is, geschiedt de vermindering of verdere vermindering in het eerstvolgende kalenderjaar.

4 Het aantal uren, waarop de ambtenaar ingevolge dit artikel over enig kalenderjaar aanspraak blijft houden op vakantie, wordt zo nodig naar boven afgerond op hele uren.

Regeling
Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-04-2026
BWB-id
BWBR0028606
Versie
2026-04-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl