wetzoeker

Artikel 6.19 Besluit toelating en uitzetting BES

Toepassing van bevoegdheden van ambtenaren

1 De ambtenaren belast met de grensbewaking of de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, nemen op grond van artikel 22f, eerste lid, van de Wet het reis- of identiteitspapier van een persoon tijdelijk in bewaring:

a. voorzover zulks nodig is voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in artikel 6.41, of voor het stellen van een aantekening als bedoeld in artikel 6.20 tot en met artikel 6.31;

b. indien de persoon ter vaststelling van zijn identiteit is staande gehouden en niet aanstonds blijkt dat het hem is toegestaan in de openbare lichamen te verblijven, terwijl de gelegenheid ontbreekt hem, met toepassing van artikel 22d, tweede of derde lid, van de Wet naar een plaats, bestemd voor verhoor, over te brengen;

c. gedurende de tijd dat de persoon rechtens zijn vrijheid is ontnomen, of

d. voorzover zulks nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de grensautoriteiten als bedoeld in artikel 22f, tweede lid, van de Wet.

2 In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het reis- of identiteitspapier aan de persoon teruggegeven, indien hij aan de korpschef of de Commandant van de Koninklijke marechaussee de gegevens heeft verstrekt die deze in het belang van de toepassing van de Wet vraagt, tenzij er uit anderen hoofde gronden aanwezig zijn om het document in bewaring te houden.

Regeling
Besluit toelating en uitzetting BES
Afkortingen
BTU-BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028599
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl