wetzoeker

Artikel 4.4 Besluit toelating en uitzetting BES

Toelating van rechtswege

1 Onverminderd de artikelen 4.2 en 4.3 is de termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 5a van de Wet is toegestaan in de openbare lichamen te verblijven:

a. voor houders van een doorreisvisum en voor vreemdelingen aan wie uitsluitend voor doorreis een bijzonder doorlaatbewijs is afgegeven: de tijd welke voor de voortzetting van hun reis noodzakelijk is;

b. voor houders van een doorreisvisum met bevoegdheid tot oponthoud of van een reisvisum: de duur waarvoor het visum is afgegeven of verlengd dan wel, voorzover het een visum voor meer reizen betreft, de in het visum aangegeven duur waarvoor ononderbroken verblijf is toegestaan;

c. voor vreemdelingen die voor een verblijf van niet langer dan drie maanden naar de openbare lichamen zijn gekomen: drie maanden of, in geval van verlenging door Onze Minister van de termijn wegens bijzondere omstandigheden, zes maanden;

d. voor andere vreemdelingen: acht dagen.

2 De in het eerste lid, onder b en c, bedoelde termijn verstrijkt in geen geval later dan op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden in de openbare lichamen te verblijven.

3 In afwijking van het tweede lid verstrijkt de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, in geval van verlenging wegens bijzondere omstandigheden, niet later dan op de achtste dag nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan zes maanden in de openbare lichamen te verblijven.

Regeling
Besluit toelating en uitzetting BES
Afkortingen
BTU-BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028599
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl