wetzoeker

Artikel 2.5 Besluit toelating en uitzetting BES

Procedurele bepalingen

1 De vreemdeling legt bij de in persoon ingediende aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf, bedoeld in artikel 2f, eerste lid, onder a, van de Wet, in ieder geval over een geldig document voor grensoverschrijding, alsmede, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de gegevens en bescheiden op basis waarvan kan worden vastgesteld dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening of wijziging.

2 Bij de door een referent ingediende aanvraag, bedoeld in artikel 2f, eerste lid, onder b, van de Wet, legt de referent afschriften over van de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden en legt hij op verzoek van Onze Minister de originelen over.

3 In afwijking van het eerste lid legt de vreemdeling die niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, voor zover redelijkerwijs mogelijk, gegevens en bescheiden over waarmee naar het oordeel van Onze Minister wordt aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. In dat geval legt hij tevens aanvullende gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit.

Regeling
Besluit toelating en uitzetting BES
Afkortingen
BTU-BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028599
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl