wetzoeker

Artikel 5 Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Bewapening en overige uitrusting

1 De bewapening van de ambtenaar die is belast met het optreden ter handhaving van de openbare orde en hulpverlening bij grootschalige manifestaties en evenementen, het uitvoeren van evacuaties, het bewaken en beveiligen van objecten, het optreden tijdens rampen en crises, het uitvoeren van zoekacties en het aanhouden van ordeverstoorders, bestaat mede uit:

a. een lange wapenstok;

b. een gasgeweer met bijbehorende gasprojectielen of traangasverspreidende middelen;

c. een semi-automatisch vuurwapen met de daarbij behorende munitie, voor zover hij is belast met de uitvoering van de bewakings- en beveiligingstaak.

2 De korpsbeheerder kan bepalen dat een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 25, eerste lid, tijdens de uitoefening van de dienst mede wordt uitgerust met een politiesurveillancehond en een elektrische wapenstok.

3 De overige uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit een gasmasker en een schild.

4 De korpsbeheerder kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede uitrusten met een kogelwerend vest en een kogelwerende helm.

Regeling
Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028588
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl