wetzoeker

Artikel 23 Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Keuring en certificering politiehonden

1 Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond kunnen deelnemen ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, onder a en c, van de rijkswet, vanaf de hoofdrang van agent die zijn aangewezen als geleider.

2 De keuring van een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond geschiedt door de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond op basis van het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond als bedoeld in artikel 19, tweede lid.

3 Het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond bevat ten minste de volgende eisen:

a. gehoorzaamheid van de politiesurveillancehond aan de geleider;

b. een goede samenwerking van de politiesurveillancehond met de geleider;

c. de vaardigheid van de politiesurveillancehond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn;

d. het vermogen van de surveillancehond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.

4 De politiesurveillancehond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.

5 Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.

Regeling
Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028588
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl