wetzoeker

Artikel 2 Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Bewapening en overige uitrusting

1 De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:

a. een korte wapenstok;

b. pepperspray en nazorgmiddelen;

c. een pistool of een revolver met de daarbij behorende munitie.

2 De korpsbeheerder kan ambtenaren van politie aanwijzen die van het dragen van een in het eerste lid genoemd wapen zijn vrijgesteld.

3 De korpsbeheerder kan bepalen dat de ambtenaar die belast is met surveillance en beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 25, eerste lid, mede wordt uitgerust met een politiesurveillancehond, een elektrische wapenstok en een lange wapenstok.

4 De overige uitrusting van de ambtenaar bestaat uit:

a. handboeien;

b. een koppel.

5 De korpsbeheerder kan de ambtenaar mede uitrusten met een veiligheidsvest of tie-raps.

Regeling
Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028588
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl