wetzoeker

Wet nopens de beëdiging en legitimatie van opsporingsambtenaren BES

Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2013
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0028577
Versie
2013-07-01_0
SHA-256 bron
048d291f8c07b6a666564aa8318e0be79c034ea6b921b271022c530425f3a728

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

De ambtenaren of personen, die krachtens de artikelen 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast zijn met de opsporing der strafbare feiten en in wier beëdiging als opsporingsambtenaar niet in enige andere wettelijke regeling is voorzien, leggen bij de aanvaarding van hun bediening in handen van de gezaghebber de volgende eed of de met deze eed gelijkgestelde belofte af:

«Ik zweer (beloof), dat ik geen enkele gift, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, zal aannemen van iemand, die – naar ik kan weten of vermoeden – is of zal worden betrokken bij een rechtszaak, waarbij mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen; dat ik mijn post zal waarnemen met eerlijkheid, nauwgezetheid, onzijdigheid en zonder aanzien van personen en dat ik mij in de uitoefening van mijn bediening gedragen zal zoals het aan eerlijke ambtenaren, belast met het opsporen van strafbare feiten, betaamt. Zo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof en verklaar ik).».

Artikel 2

1 Aan de ambtenaren of personen, belast met de opsporing der strafbare feiten, verstrekt Onze Minister van Justitie een legitimatiebewijs.

2 De vorm en de inrichting van het legitimatiebewijs worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

3 Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt bij ministeriële regeling bepalingen vast betreffende de wijze van afgifte en administratie der legitimatiebewijzen.

4 De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren en personen zijn verplicht hun legitimatiebewijs bij de uitoefening van hun opsporingstaak desgevraagd duidelijk zichtbaar te tonen.

Artikel 3

De ambtenaren of personen die reeds als opsporingsambtenaar zijn beëdigd leggen bij de inwerkingtreding van deze wet niet opnieuw de in artikel 1 bedoelde eed of belofte af.

Artikel 4

Deze wet wordt aangehaald als: Wet nopens de beëdiging en legitimatie van opsporingsambtenaren BES.