wetzoeker

Artikel 41 Mijnbesluit BES

Over de vergunningen tot opsporing.

1 Ingeval het in het eerste lid van art.40 bedoeld afschrift van de vergunningsbeschikking wegens het onbekend zijn van het adres van den houder der vergunning (of van diens gemachtigde) dan wel van den vertegenwoordiger, niet binnen een termijn van drie maanden na de verzending is kunnen worden uitgereikt, wordt dit aangeteekend. De vergunning wordt alsdan geacht niet te zijn verleend; er kunnen derhalve geene rechten aan worden ontleend.

2 De bepaling van het vorig lid is mede van toepassing wanneer het voor het afschrift van de vergunningsbeschikking verschuldigde zegelgeld niet binnen een termijn van drie maanden na de verzending is voldaan.

3 Op de krachtens dit artikel door Onze Minister genomen beschikkingen is van toepassing het bepaalde bij het tweede lid van art.40.

Regeling
Mijnbesluit BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028574
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl