wetzoeker

Artikel 38 Mijnbesluit BES

Over de vergunningen tot opsporing.

1 De beschikking waarbij vergunning verleend wordt moet behelzen:

a. den naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van den houder der vergunning;

b. de oppervlakte van het onderzoekingsterrein, uitgedrukt in hectaren, met verwaarloozing van onderdeelen;

c. de grenzen van het onderzoekingsterrein;

d. den duur der vergunning;

e. den naam van het eiland en het district, waarbinnen het onderzoekingsterrein is gelegen;

f. het gekozen domicilie;

g. de voorwaarden, welke aan de vergunning zijn verbonden, in elk geval de voorwaarde genoemd in het tweede lid van art. 141;

h. het bedrag van het door den houder der vergunning verschuldigd vast recht en de tijdstippen waarop het bedrag uiterlijk over het eerste vergunningsjaar en verder telken jare over volgende vergunningsjaren moet worden voldaan;

i. den datum.

2 Voorts moet in de beschikking worden melding gemaakt van:

a. de bezwaren die door rechthebbende op den grond of derde belanghebbenden mochten zijn ingebracht en de dienaangaande genomen beslissing; indien geen bezwaren zijn ingebracht, wordt zulks uitdrukkelijk in de beschikking vermeld.

b. de beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bedoeld in het tweede lid van art.250.

Regeling
Mijnbesluit BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028574
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl