wetzoeker

Artikel 26 Mijnbesluit BES

Over de vereischten waaraan de houders van het recht op concessie en van concessiën tot ontginning moeten voldoen

1 Bij de behandeling van een aanvrage om concessie en van een verzoek om goedkeuring tot overdracht van het recht op concessie of van eene concessie wordt, indien overigens tegen het verleenen van de concessie of de goedkeuring, voor zoover die wordt vereischt, geen bezwaren bestaan, nagegaan of de aanvrager dan wel de verkrijger voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.

2 In de gevallen genoemd in de artt.19 en 20 wordt nagegaan of de rechtverkrijgenden van een overleden houder van het recht op concessie dan wel van eene concessie voldoen aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.

3 In de gevallen genoemd in artt. 24 en 25 wordt nagegaan of in verband met het optreden van een nieuwen bestuurder of commissaris, een nieuwen beheerenden vennoot dan wel een nieuwen vertegenwoordiger, de houder van het recht op concessie of van eene concessie nog voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.

4 Overigens wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij de artt. 78 en 79 of de artt.80 tot en met 85.

5 In de gevallen, bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel, wordt aan belanghebbenden, indien zij naar het oordeel van Onze Minister aan de gestelde vereischten voldoen, daarvan mededeeling gedaan.

Regeling
Mijnbesluit BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028574
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl