wetzoeker

Artikel 232 Mijnbesluit BES

Beschikking over den gronden ten behoeve van ontginningen.

1 Indien voor den aanleg van wegen of van hulpwerken, overeenkomstig het eerste lid van art. 170 de beschikking over niet tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende, buiten het concessie-terrein gelegen gronden ten behoeve van eene particuliere mijnontginning noodig is, en blijkt dat partijen zich over den afstand van dien grond niet kunnen verstaan, dan wordt ingevolge het tweede lid van art. 181 op verzoek van den concessionaris overgegaan tot toepassing van de bepalingen, regelende de onteigening ten algemeenen nutte en zulks overeenkomstig de dienaangaande in de artt. 214 tot en met 219 gegeven voorschriften, zullende dat wat daar bepaald is ten aanzien van niet tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende, binnen het concessie-terrein gelegen gronden, hier toepasselijk zijn op niet tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende, buiten het concessie-terrein gelegen gronden.

2 Indien eene ontginning van rijksoverheidswege wordt ondernomen, geldt het bepaalde bij het eerste lid van dit artikel in verband met art. 165 ook voor de rijksoverheid met dien verstande dat voor de rijksoverheid handelt en optreedt de in de beschikking, genoemd in het tweede lid van art. 213 en art. 236, aangewezen persoon of autoriteit en een afschrift van die beschikking in de plaats treedt van het afschrift of de afschriften der gerechtelijke akten van concessie.

Regeling
Mijnbesluit BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028574
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl