wetzoeker

Artikel 149 Mijnbesluit BES

Over heffing van vast recht

1 Wordt de oppervlakte van een opsporingsterrein krachtens het bepaalde bij het eerste lid van art. 44 gewijzigd, zoo geschiedt de berekening van het wegens vast recht verschuldigd bedrag naar het gewijzigd aantal hectaren van de oppervlakte van het opsporingsterrein, voor de eerste maal over het vergunningsjaar, volgende op dat waarin de wijziging heeft plaats gehad.

2 Heeft de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wijziging van het aantal hectaren der oppervlakte plaats op een tijdstip, waarop het over het daarop volgend vergunningsjaar verschuldigd vast recht reeds mocht zijn voldaan, zoo moet, indien het gewijzigd cijfer eene grootere oppervlakte van het opsporingsterrein aangeeft dan aanvankelijk was aangenomen, hetgeen meer aan vast recht verschuldigd is uiterlijk op den laatsten dag der derde maand, volgende op die waarin de wijziging heeft plaats gehad, worden bijbetaald, terwijl indien het gewijzigd cijfer eene kleinere oppervlakte aangeeft, het te veel betaalde aan den rechthebbende zoodra mogelijk wordt terugbetaald. Van den datum waarop de bijbetaling uiterlijk moet geschieden, wordt aanteekening gehouden in de beschikking waarbij de wijziging plaats heeft.

3 In de in het tweede lid van dit artikel bedoelde beschikking wordt mede aanteekening gehouden van het gewijzigd bedrag van het vast recht en van het tijdstip waarop dat uiterlijk voor de eerste maal moet worden voldaan.

Regeling
Mijnbesluit BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028574
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl