wetzoeker

Artikel 16d Wet toelating en uitzetting BES

Ongewenstverklaring

1 De vreemdeling kan door Onze Minister ongewenst worden verklaard:

a. indien hij geen toelating van rechtswege of bij vergunning verleend heeft en hij bij herhaling een bij deze wet strafbaar gesteld feit heeft begaan;

b. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem ter zake de maatregel als bedoeld in artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is opgelegd;

c. indien hij geen toelating van rechtswege of bij vergunning verleend heeft en een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid;

d. ingevolge een verdrag; of

e. in het belang van de internationale betrekkingen.

2 Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Staatscourant.

3 De ongewenst verklaarde vreemdeling kan geen toelating van rechtswege of bij vergunning verleend hebben in de openbare lichamen. Hij kan evenmin toestemming hebben om de beslissing omtrent een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in de openbare lichamen af te wachten.

Regeling
Wet toelating en uitzetting BES
Afkortingen
WTU-BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028571
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl