wetzoeker

Artikel 273 Wetboek van Strafrecht BES

Beleediging

1 Hij die opzettelijk iemands eer of goeden naam aanrandt door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.

2 Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk ten toon gesteld of aangeslagen, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.

3 Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zoover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.

Regeling
Wetboek van Strafrecht BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028570
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl