wetzoeker

Artikel 30 Rijksbesluit rechtspositie leden openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Disciplinaire maatregelen en procedurele bepalingen inzake schorsing en ontslag

1 Indien het voornemen bestaat, een besluit als bedoeld in artikel 23 van de rijkswet te nemen, wordt het lid van het openbaar ministerie op wie het voornemen betrekking heeft schriftelijk in kennis gesteld.

2 Er wordt een zienswijzecommissie ingesteld om een lid van het openbaar ministerie de gelegenheid te bieden zijn zienswijze omtrent het voorgenomen besluit, als bedoeld in het eerste lid, kenbaar te maken. Een zienswijzecommissie bestaat uit drie leden.

3 De leden van een zienswijzecommissie, waaronder een voorzitter en een secretaris, worden benoemd door:

a. Onze Ministers, op schriftelijke aanbeveling van het Hof, indien het voornemen ziet op de procureur-generaal of advocaat-generaal;

b. Onze Minister, op schriftelijke aanbeveling van de procureur-generaal, gehoord het Hof, indien het voornemen ziet op de hoofdofficier van justitie;

c. Onze Minister, op schriftelijke aanbeveling van de procureur-generaal, indien het voornemen ziet op de overige leden van het openbaar ministerie.

4 Aan de zienswijzecommissie kunnen alleen algemene aanwijzigen worden gegeven.

Regeling
Rijksbesluit rechtspositie leden openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028565
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl