wetzoeker

Artikel 19 Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie

Rechten en verplichtingen

1 Een lid van het Hof heeft verlof op de dagen dat de overheidsdienst in het land van standplaats gesloten is wegens een zaterdag, zondag of erkende feestdag.

2 Aan een lid van het Hof kan door het bestuur van het Hof, al dan niet met behoud van salaris en toelagen, verlof verleend worden op grond van ziekte, zwangerschap en bevalling of wegens andere bijzondere omstandigheden.

3 Zwangerschapsverlof wordt, met behoud van salaris, verleend vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een schriftelijke verklaring van een geneeskundige of verloskundige waarin de vermoedelijke datum van de bevalling wordt aangegeven, binnen zes weken te verwachten is. Het verlof begint in ieder geval twee weken vóór deze datum.

4 Vanaf de dag volgend op die van de bevalling wordt gedurende een periode van zes weken bevallingsverlof met behoud van salaris verleend. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste twaalf weken, voor zover het zwangerschapsverlof minder dan zes weken heeft bedragen.

5 Een lid van het Hof kan vanaf het bereiken van de leeftijd van achtenzestig jaar aanspraak maken op wekelijks een halve vrijdag verlof en vanaf het bereiken van de leeftijd van negenenzestig jaar op een hele vrijdag verlof met behoud van salaris. Dit verlof kan niet worden opgespaard en vervalt bij ziekte en onbezoldigd verlof.

6 Indien een rechter op grond van het tweede lid verhinderd is zijn dienst te verrichten, doet hij daarvan onder opgave van redenen, zo tijdig mogelijk mededeling aan het bestuur van het Hof of een door het bestuur van het Hof daartoe aangewezen functionaris.

Regeling
Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028548
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl