wetzoeker

Besluit intrekking, schorsing en opschorting Wet algemene ouderdomsverzekering BES

Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
01-01-2011
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0028532
Versie
2011-01-01_0
SHA-256 bron
377649ef9131b2ac1315187780d2e2cfbe3efb46b723db6a3515fabd9a19ade4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

1 Indien een ouderdomspensioen ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend, dan wel ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verhoogd als gevolg van het verstrekken van onjuiste inlichtingen door degene, aan wie het ouderdomspensioen is toegekend of door het orgaan, waaraan op grond van artikel 14 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES ouderdomspensioen wordt uitbetaald, kan Onze Minister de intrekking of de herziening van het ouderdomspensioen laten ingaan op de dag, met ingang waarvan het ouderdomspensioen is toegekend, dan wel is verhoogd.

2 Indien intrekking of herziening van een ouderdomspensioen ten onrechte achterwege is gebleven door het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 34 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, kan Onze Minister de intrekking of de herziening van het ouderdomspensioen laten ingaan op de eerste dag van de maand, volgende op de maand, waarin de verandering van feiten of omstandigheden zich heeft voorgedaan.

3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die is gehuwd met degene aan wie een ouderdomspensioen is toegekend of een recht op toeslag op het ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

Artikel 2

1 Indien Onze Minister na de toekenning van een ouderdomspensioen constateert dat een gepensioneerde schuldig nalatig is geweest premie te betalen, kan Onze Minister het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht intrekken of herzien, indien deze beslissing redelijkerwijs niet vóór de toekenning van het ouderdomspensioen genomen had kunnen worden.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene, die is gehuwd met degene, aan wie een ouderdomspensioen is toegekend of een recht op toeslag op het ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

Artikel 3

1 Indien Onze Minister vermoedt dat tot intrekking of vermindering van een ouderdomspensioen of toeslag op een ouderdomspensioen dient te worden overgegaan, kan Onze Minister de uitbetaling van het ouderdomspensioen of toeslag op het ouderdomspensioen opschorten. Indien het een eerste uitbetaling betreft schort Onze Minister de betaling gedeeltelijk op en indien het latere uitbetalingen betreft schort Onze Minister de uitbetaling volledig op.

2 Na opschorting van de uitbetaling van het ouderdomspensioen of toeslag of van een gedeelte daarvan kan Onze Minister het ouderdomspensioen of de toeslag op het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht intrekken of herzien.

3 Na een volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitbetaling van een ouderdomspensioen of de toeslag op een ouderdomspensioen kan de uitbetaling van het ouderdomspensioen en de toeslag op het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht tot en met de eerste dag van de maand, volgende op de maand, waarin de schorsing plaatsvond, worden ingetrokken of herzien.

Artikel 4

Dit besluit berust op artikel 12, derde en vijfde lid, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

Artikel 5

Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit intrekking, schorsing en opschorting Wet algemene ouderdomsverzekering BES.