wetzoeker

Artikel 4 Gevangenismaatregel 1999 BES

Algemene bepalingen

1 De plaatsing in en overplaatsing naar een gesticht of een afdeling van een gesticht geschieden zoveel mogelijk met inachtneming van het regime dat het meest strookt met de persoonlijkheid van de gedetineerde, waarbij zowel op de duur van de straf of maatregel als op het gedrag en de mogelijkheden tot reclassering van de gedetineerde wordt gelet.

2 De plaatsing in een gesticht geschiedt, tenzij bij of krachtens de Wet beginselen gevangeniswezen BES anders is bepaald, op last van het openbaar ministerie na overleg met de betrokken directeur.

3 Overplaatsing naar een gesticht geschiedt, tenzij bij of krachtens de Wet beginselen gevangeniswezen BES anders is bepaald, op last van Onze Minister na overleg met het openbaar ministerie en de betrokken directeur.

4 Plaatsing in en overplaatsing naar een afdeling van een gesticht geschiedt door de directeur.

5 Ten behoeve van een zo verantwoord mogelijk oordeel hebben de betrokken directeur en een door hem aangewezen gestichtsmedewerker het recht het persoonsdossier van de gedetineerde in te zien.

6 Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van dit artikel nadere regels worden vastgesteld.

Regeling
Gevangenismaatregel 1999 BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028513
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl