wetzoeker

Artikel 461a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn

1 Indien de in beslag genomen zaak is verpand en de pandhouder bevoegd is tot executie over te gaan, kan hij, zo nodig overeenkomstig artikel 496 afgifte van de zaak vorderende, de executie overnemen en zelf executeren, met inachtneming van de bepalingen betreffende executie krachtens pandrecht.

2 Rusten op een zaak meer pandrechten, dan komt deze bevoegdheid uitsluitend toe aan de hoogst gerangschikte pandhouder die tot executie wenst over te gaan.

3 De pandhouder die van deze bevoegdheid gebruik wil maken, dient zulks uiterlijk op het tijdstip van de verkoop bij exploot aan de beslaglegger aan te zeggen, met opgave van de termijn waarbinnen hij tot verkoop zal overgaan.

4 Zolang geen aanzegging plaatsvindt, blijft de beslaglegger bevoegd de executie voort te zetten.

Regeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0028496
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl