wetzoeker

Artikel 113 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

De rechtsingang, de verweren en het voldingen van de zaak

1 Van de vordering houdt de griffier onverwijld aantekening in het algemeen register. Op de dag waarop die aantekening heeft plaatsgehad, wordt de vordering geacht ingesteld te zijn.

2 De rechter in eerste aanleg bepaalt daarna dag en uur, waarop de zaak voor het gerecht in eerste aanleg zal dienen, en doet partijen oproepen teneinde alsdan te verschijnen, vergezeld van de getuigen die zij wensen te doen horen, en met medebrenging van de bewijsstukken waarvan zij zich willen bedienen.

3 Bij de oproeping van de gedaagde zegt de deurwaarder of de tot exploiteren bevoegde persoon hem bij de uitreiking van een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van de vordering tevens aan dat hij daarop, desverkiezende, vóór of op de rechtsdag bij door hem of door zijn gemachtigde ondertekende schriftuur mag antwoorden.

4 Het afschrift van de vordering geldt voor degene die het ontvangen heeft, als de oorspronkelijke vordering.

5 Van de in het tweede lid bedoelde beschikking houdt de griffier aantekening in het algemeen register, alsmede op de minuut van de vordering.

Regeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0028496
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl