Artikel 6 Besluit opleiding tot controleur der Belastingen BES
1. Indien voor een vak zowel een mondeling als een schriftelijk examen wordt afgenomen stellen de examinator(en) en de gecommitteerde in onderling overleg het examencijfer vast, volgens de regels zoals hierna opgenomen.
Indien voor het vak geen verplicht tentamens zijn voorschreven is het aldus bepaalde examencijfer tevens eindcijfer.
2. Bij de bepaling van het examencijfer respectievelijk eindcijfer passen de examinator(en) en de gecommitteerde de volgende waarderingsregels toe:
– voor de vakken Algemene vorming, Nederlandse taal en Correspondentie en rapportage geldt als eindcijfer het bij het schriftelijke examen toegekende examencijfer.
– voor het vak Privaatrecht wordt het eindcijfer bepaald op het gemiddelde van de bij het schriftelijke en mondelinge examen toegekende examencijfers.
– voor het vak Belastingrecht wordt het examencijfer bepaald op het gemiddelde van het schriftelijke en het mondelinge examen.
Het eindcijfer wordt bepaald door het examencijfer en dat van het tentamen Loonbelasting en dat van het tentamen Invorderingsrecht te wegen in de verhouding 4:2:1.
– voor het vak Boekhouden wordt het examencijfer als volgt bepaald; de som van eenmaal het tentamencijfer Enkel boekhouden, tweemaal het tentamencijfer Handelsrekenen/Bedrijfscalculatie en driemaal het examencijfer wordt gedeeld door zes.
– voor het vak Voortgezet Boekhouden wordt het eindcijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de cijfers toegekend bij tentamen en examen.
– voor het vak Economie wordt het eindcijfer als volgt bepaald; de som van driemaal het cijfer voor Algemene economie, driemaal het cijfer voor bedrijfseconomie en tweemaal het cijfer voor organisatiekunde, wordt gedeeld door acht.
– voor het vak controletechniek wordt het examencijfer bepaald op het gemiddelde van het schriftelijk en het mondelinge examen.
Het eindcijfer wordt bepaald door het examencijfer en het bij het tentamen behaalde cijfer te wegen in de verhouding 3:1.
3. Tot de bepaling van het eindcijfer vindt afronding plaats tot op een decimaal nauwkeurig; bij de bepaling van het eindcijfer vindt afronding op de cijfers 1 t/m 10 plaats waarbij het decimaal 0,5 en hoger leidt tot een afronding naar boven.
Aan de cijfers 1 t/m 10 is de volgde betekenis te hechten:
10. | Uitmuntend | 5. | bijna voldoende
9. | zeer goed | 4. | onvoldoende
8. | goed | 3. | zeer onvoldoende
7. | ruim voldoende | 2. | slecht
6. | voldoende | 1. | zeer slecht
4. Komen de examinator en de gecommitteerden niet tot overeenstemming dan wordt het cijfer voor het schriftelijke danwel mondelinge examen bepaald op rekenkundig gemiddelde van het door de examinator en het door de gecommitteerde voorgestelde cijfer.
5. De examinator vult de examencijfers in op een lijst van cijfers. De examinator en de gecommitteerde ondertekenen de lijst. De examinator levert de lijst tegelijk met de uitwerkingen van de schriftelijke examens, het exemplaar van de opgaven en de standaarduitwerking terstond daarna in bij de secretaris van de examencommissie.
Deze vergewist zich ervan dat de lijst deugdelijk is ondertekend. De secretaris van de examencommissie draagt zorg voor de bewaring van de examenuitwerkingen. Na afloop van de laatste vergadering van de examencommissie stelt de secretaris de uitwerkingen ter archivering aan de cursusleider ter hand. De uitwerkingen worden minimaal gedurende een jaar bewaard.
6. De cijfers voor de mondeling en schriftelijke examens en het eindcijfer worden op een door of namens de voorzitter van de examencommissie belegde vergadering officieel vastgesteld en zo spoedig mogelijk aan de kandidaten meegedeeld.
7. Kandidaten hebben het recht in aanwezigheid van de examinator de door hen gemaakte uitwerkingen in te zien.
Een daartoe strekkend verzoek dient schriftelijk ingediend te worden bij de secretaris van de examencommissie.
- Regeling
- Besluit opleiding tot controleur der Belastingen BES
- Soort
- AMvB-BES
- Geldend vanaf
- 09-10-2011
- BWB-id
- BWBR0028492
- Versie
- 2011-10-09_0