wetzoeker

Artikel 87 Dienstplichtwet BES

Andere voorzieningen van materiele aard

1 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de dienstplichtige in werkelijke dienst wordt door of namens Onze Minister een bedrag uitgekeerd gelijk aan de uitkering welke belanghebbende op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden:

a. aan de echtgenote, tenzij de dienstplichtige en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leefden;

b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde echtgenote, ten behoeve van de minderjarige kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen in wier levensonderhoud door belanghebbende geheel werd voorzien;

c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde betrekkingen, aan of ten behoeve van de ouders, broers, zusters of kinderen van de overledene, voor wie hij naar het oordeel van Onze Minister grotendeels in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud bijdroeg.

2 Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het vorige lid nalaat, kan Onze Minister het in dat lid bedoelde bedrag geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie.

Regeling
Dienstplichtwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
09-10-2011
BWB-id
BWBR0028468
Versie
2011-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl