wetzoeker

Artikel 101 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES

Overgangsbepalingen in verband met Boek 5

1 De artikelen 5 tot en met 12 van Boek 5 gelden van het tijdstip van het in werking treden van de wet af met betrekking tot roerende zaken die iemand vóór dat tijdstip heeft gevonden en tot zich genomen.

2 Een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet verkrijgt de vinder die de zaak alsdan in zijn macht heeft, de eigendom daarvan, indien hij vóór het genoemde tijdstip de in de in artikel 5, eerste lid, van Boek 5 omschreven aangifte of mededeling heeft gedaan; ten aanzien van de vinder geldt hetzelfde, indien de overheid de zaak na aangifte in bewaring heeft genomen.

3 De rechtspositie van de vinder die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet overeenkomstig artikel 7 van Boek 5 heeft gehandeld, gaat op dat tijdstip met de daaraan verbonden verplichtingen over op degene aan wie hij de zaak heeft afgegeven; een recht op beloning ontstaat niet.

4 De in het tweede lid van het vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet geldende artikel 1996 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde bevoegdheid tot terugvordering van een vóór dat tijdstip verloren zaak blijft gehandhaafd, doch tot ten hoogste een jaar na dat tijdstip.

Regeling
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2019
BWB-id
BWBR0028466
Versie
2019-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl