wetzoeker

Artikel 39 Wet algemene ouderdomsverzekering BES

Bekendmaking, bezwaar en beroep

1 Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald en in afwijking van artikel 38 zijn ten aanzien van het bepaalde in hoofdstuk 4 de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende bepalingen betreffende de rechtsmiddelen van overeenkomstige toepassing.

2 De inspecteur doet op een bezwaarschrift eerst uitspraak nadat is komen vast te staan, dat geen feiten en omstandigheden in geding zijn, die tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting, dan wel voor zover dat het geval is, de beslissing daaromtrent voor de heffing van de inkomstenbelasting onherroepelijk is geworden.

3 Met betrekking tot een naheffingsaanslag, die geheel of gedeeltelijk berust op feiten, die mede tot het opleggen van een naheffingsaanslag in de inkomstenbelasting ten laste van belanghebbende aanleiding hebben gegeven, neemt de termijn voor het instellen van beroep eerst een aanvang op de datum, waarop laatstbedoelde naheffingsaanslag onherroepelijk is geworden.

4 Tegen hetgeen omtrent de toepassing van artikel 2 van deze wet, alsmede omtrent het zuiver inkomen in de zin van de Wet inkomstenbelasting BES voor de heffing van de inkomstenbelasting onherroepelijk is geworden, is beroep op grond van deze wet niet toegelaten.

Regeling
Wet algemene ouderdomsverzekering BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028459
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl