wetzoeker

Artikel 7 Wet op het notarisambt BES

Algemene Bepalingen

1 De notaris doet binnen een maand na zijn eedsaflegging aan de Kamer van Toezicht opgave van zijn al dan niet bezoldigde nevenbetrekkingen. Indien hij een dergelijke nevenbetrekking aanvaardt of beëindigt doet hij daarvan terstond aan de Kamer van Toezicht opgave. De Kamer van Toezicht houdt een register bij waarin van iedere notaris de nevenbetrekkingen zijn vermeld. Het register ligt bij de secretaris van de Kamer van Toezicht voor een ieder kosteloos ter inzage.

2 De notaris mag zijn ambt niet uitoefenen in dienstbetrekking of in een andere betrekking die zijn onafhankelijkheid beperkt, noch een met zijn ambt onverenigbaar beroep uitoefenen of een dergelijke betrekking bekleden, zoals lid van de rechterlijke macht, daaronder niet begrepen het optreden als plaatsvervangend lid van het Hof van Justitie of als plaatsvervanger van de rechter in eerste aanleg, deurwaarder, advocaat, hypotheekbewaarder, opsporings- of belastingambtenaar, gezaghebber, secretaris of ontvanger van een openbaar lichaam of ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.

3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de waarnemer die niet tevens notaris is.

4 In geval van twijfel of sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, beslist Onze Minister.

5 De notaris wordt door Onze Minister, gehoord het Hof van Justitie en de notaris, ontslagen, indien hij zijn ambt uitoefent in dienstbetrekking of in een andere betrekking die zijn onafhankelijkheid beperkt dan wel een met zijn ambt onverenigbaar beroep uitoefent of een dergelijke betrekking bekleedt.

Regeling
Wet op het notarisambt BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0028457
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl