wetzoeker

Artikel 6 Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES

Taken en bevoegdheden van Onze Minister

1 Onze Minister wijst één of meer deskundigen of instanties aan als wetenschappelijke autoriteit.

2 De wetenschappelijke autoriteit heeft de volgende taken:

1. het afgeven van de verklaringen, bedoeld in artikel III, tweede lid, onderdeel a, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, onderdeel a, alsmede artikel IV, tweede lid, onderdeel a en zesde lid, onderdeel a, van het CITES-verdrag;

2. het houden van voortdurend toezicht en de inkennisstelling, bedoeld in artikel IV, derde lid, van het CITES-verdrag;

3. het geven van advies als bedoeld in artikel VIII, vierde lid, onderdeel c, van het CITES-verdrag;

4. het desgevraagd adviseren van Onze Minister, het bestuurscollege, de beheersinstantie alsmede de ambtenaren, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 18, eerste lid, over:

a. de identificatie van specimens als bedoeld in artikel 7, of soorten als bedoeld in artikel 8; en

b. alle andere aangelegenheden betrekking hebbende op het natuurbeheer en de natuurbescherming die hem om advies worden voorgelegd.

3 De wetenschappelijke autoriteit is bevoegd voor haar taken als bedoeld in het tweede lid, vergoedingen in rekening te brengen die bij ministeriële regeling worden vastgesteld.

Regeling
Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0028434
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl