wetzoeker

Artikel 38 Reclasseringsbesluit 1953 BES

Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling

Onze Minister ontvangt van het openbaar ministerie onverwijld kennis van:

a. elke vrijheidsbeneming van een voorwaardelijke in vrijheid gestelde gedurende de proeftijd en de daarop volgende drie maanden door het daartoe bevoegde gezag;

b. elke onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij ten aanzien van een voorwaardelijk invrijheidgestelde bewezen wordt verklaard, dat hij tijdens zijn proeftijd een strafbaar feit heeft begaan;

c. elke andere omstandigheid betreffende de voorwaardelijk invrijheidgestelde, die van belang kan zijn voor het uit te oefenen toezicht en eventuele schorsing of herroeping der voorwaardelijke invrijheidstelling.

Regeling
Reclasseringsbesluit 1953 BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028398
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl