wetzoeker

Artikel 4.11 Wet studiefinanciering BES

Opbouw en terugbetaling studieschuld

1 Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur is het totaal van zijn toetsingsinkomen in het peiljaar. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen.

2 Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan 84% van het minimumloon.

3 De draagkracht van de debiteur uit inkomen is 12% van het inkomen boven de draagkrachtvrije voet.

4 Indien het bedrag van de draagkracht lager is dan het bedrag van de vastgestelde termijnbetaling betaalt de debiteur, in afwijking van dat artikel, het bedrag van zijn draagkracht.

5 Voor de toepassing van dit artikel, wordt indien het toetsingsinkomen in het peiljaar, nog niet bekend is, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen benadert.

6 Het vierde lid is niet van toepassing indien het voor Onze Minister niet mogelijk is op grond van het vijfde lid bij benadering een bedrag vast te stellen.

Regeling
Wet studiefinanciering BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028393
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl