wetzoeker

Artikel 2 Begrafeniswet BES

Lijken, die in een zoodanigen staat verkeeren, dat zij niet naar eene begraafplaats kunnen worden overgebracht, worden ter plaatse, waar zij gevonden zijn of in de onmiddellijke nabijheid, zonder kist, mits ter diepte van 1 Meter, begraven en overdekt, zoo mogelijk met ongebluschte kalk ter hoogte van 2 d.M. en in ieder geval met aangestampte aarde. Is op de plaats, waar een lijk gevonden wordt, een lijkkist aanwezig, dan kan het lijk daarin begraven worden.

De begraving geschiedt ter plaatse door de ambtenaren van de gezondheidsdienst van het openbaar lichaam of van de politie aangewezen, zoo mogelijk in domeingrond en anders in particulieren grond. In het laatste geval zijn de eigenaars of gebruikers van den grond verplicht de begraving te gedoogen. De plaats van begraven op particulieren grond zal in overleg met de eigenaars of gebruikers van den grond worden gekozen.

De schade, die aan den eigendom mocht worden veroorzaakt, wordt door den Kantonrechter begroot en door het openbaar lichaam vergoed, naar de onderscheiding gemaakt in de artt. 11, 12 en 13. Als schade komt niet in aanmerking de aanwezigheid van het graf zelf.

Regeling
Begrafeniswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
04-10-2011
BWB-id
BWBR0028363
Versie
2011-10-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl