wetzoeker

Artikel 520 Wetboek van Koophandel BES

Van de arbeidsovereenkomst tussen zeewerkgever en schepelingen

1 De schepeling is verplicht het hem door de kapitein opgedragen werk te verrichten, doch heeft recht op een bijslag op het loon voor de tijd, gedurende welke hij langer dan de bij wet of bij arbeidsovereenkomst bepaalde normale arbeidsduur werk verricht, tenzij de kapitein het werk noodzakelijk acht tot behoud van het schip, de opvarenden of de zaken aan boord. Het bedrag van die bijslag wordt bepaald door de arbeidsovereenkomst of, bij haar stilzwijgen, door het gebruik of de billijkheid.

2 De kapitein doet van ieder geval van overwerk aantekening houden in een daartoe bestemd register. Elke aantekening wordt door de daarbij betrokken schepeling mede-ondertekend.

3 Het recht, betaling van de bijslag te vorderen, vervalt door verloop van één maand na het eindigen van de dienst aan boord in een een haven in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en van zes maanden na het eindigen van de dienst aan boord buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

4 Op de scheepsofficier, tevens hoofd van dienst, de geneeskundige en de marconist zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing.

Regeling
Wetboek van Koophandel BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028278
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl