wetzoeker

Artikel 262 Wetboek van Koophandel BES

Van de overdracht

1 Zij, die uit hoofde van de cheque worden aangesproken, mogen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot de trekker of tot vroegere houders, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de cheque desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.

2 Indien het endossement de vermelding bevat: «waarde ter incassering», «ter incasso», «in lastgeving» of enige andere vermelding, met zich brengend een blote opdracht tot inning, mag de houder alle uit de cheque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij mag deze niet anders endosseren dan bij wege van lastgeving.

3 De chequeschuldenaren mogen in dat geval aan de houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan de endossant zouden mogen worden tegengeworpen.

4 De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door de dood of door de latere onbekwaamheid van de lastgever.

Regeling
Wetboek van Koophandel BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028278
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl