wetzoeker

Artikel 249 Wetboek van Koophandel BES

Van de uitgifte en de vorm van de cheque

1 De cheque behelst:

1°. de benaming «cheque», opgenomen in de tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;

2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;

3°. de naam van degene, die betalen moet (betrokkene);

4°. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden;

5°. de vermelding van de dagtekening, alsmede van de plaats, waar de cheque is getrokken;

6°. de handtekening van degene, die de cheque uitgeeft (trekker).

2 De titel, waarin één der vermeldingen, in het voorgaande lid aangegeven, ontbreekt, geldt niet als cheque, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.

3 Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing, wordt de plaats, aangegeven naast de naam van de betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling. Indien meer plaatsen zijn aangegeven naast de naam van de betrokkene, is de cheque betaalbaar in de eerstaangegeven plaats.

4 Bij gebreke van die aanwijzingen of van iedere andere aanwijzing, is de cheque betaalbaar in de plaats, waar het hoofdkantoor van de betrokkene is gevestigd.

5 De cheque, welke niet de plaats aanwijst, waar zij is getrokken, wordt geacht te zijn ondertekend in de plaats, aangegeven naast de naam van de trekker.

Regeling
Wetboek van Koophandel BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028278
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl