wetzoeker

Artikel 3.7 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

Voorwerp van de belasting (hoofdstuk II van de wet)

1 De waarde van de volgende voorzieningen, in redelijkheid, wordt gesteld op nihil, ingeval deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek gebruikt of verbruikt worden:

a. voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of verbruiken;

b. ter beschikking gestelde kleding die:

1°. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen;

2°. per kledingstuk is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de inhoudingsplichtige gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70cm², of

3°. achterblijft op de werkplek;

c. consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd;

d. huisvesting en inwoning, met inbegrip van – indien mede verstrekt – het genot van energie, water en bewassing, ter vervulling van de dienstbetrekking, indien de werknemer niet op de werkplek woont en zich redelijkerwijs niet aan deze voorziening kan onttrekken.

2 In afwijking in zoverre van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, worden voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, met betrekking tot personeelsfestiviteiten met een gezamenlijk karakter onder werkplek verstaan alle werkplekken van werknemers van de inhoudingsplichtige of een met de inhoudingsplichtige in concernverband opererende inhoudingsplichtige als bedoeld in artikel 32 van de wet.

Regeling
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
Afkortingen
URLB 2011
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0028236
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl