wetzoeker

Ambtenarenwet BES

Wet materieel ambtenarenrecht BES

Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0028215
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
ac9e667c4b8ee2b937a13b6bf2459bd1c19c5917b88133ff1821730ec1414fa3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (131)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 6A
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 15a
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 22
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24
  27. Artikel 25
  28. Artikel 26
  29. Artikel 27
  30. Artikel 28
  31. Artikel 29
  32. Artikel 30
  33. Artikel 31
  34. Artikel 32
  35. Artikel 34
  36. Artikel 35
  37. Artikel 36
  38. Artikel 37
  39. Artikel 38
  40. Artikel 39
  41. Artikel 40
  42. Artikel 41
  43. Artikel 42
  44. Artikel 43
  45. Artikel 44
  46. Artikel 45
  47. Artikel 45A
  48. Artikel 45B
  49. Artikel 45C
  50. Artikel 46
  51. Artikel 47
  52. Artikel 48
  53. Artikel 49
  54. Artikel 50
  55. Artikel 51
  56. Artikel 52
  57. Artikel 53
  58. Artikel 54
  59. Artikel 55
  60. Artikel 56
  61. Artikel 57
  62. Artikel 57A
  63. Artikel 58
  64. Artikel 59
  65. Artikel 60
  66. Artikel 61
  67. Artikel 61a
  68. Artikel 61b
  69. Artikel 62
  70. Artikel 63
  71. Artikel 64
  72. Artikel 65
  73. Artikel 66
  74. Artikel 67
  75. Artikel 68
  76. Artikel 69
  77. Artikel 70
  78. Artikel 71
  79. Artikel 72
  80. Artikel 73
  81. Artikel 74
  82. Artikel 75
  83. Artikel 75a
  84. Artikel 76
  85. Artikel 77
  86. Artikel 78
  87. Artikel 79
  88. Artikel 80
  89. Artikel 81
  90. Artikel 82
  91. Artikel 83
  92. Artikel 84
  93. Artikel 85
  94. Artikel 86
  95. Artikel 87
  96. Artikel 88
  97. Artikel 89
  98. Artikel 90
  99. Artikel 91
  100. Artikel 92
  101. Artikel 93
  102. Artikel 94
  103. Artikel 95
  104. Artikel 96
  105. Artikel 97
  106. Artikel 98
  107. Artikel 99
  108. Artikel 100
  109. Artikel 101
  110. Artikel 101 t/m 109
  111. Artikel 110
  112. Artikel 111
  113. Artikel 112
  114. Artikel 113
  115. Artikel 114
  116. Artikel 115
  117. Artikel 116
  118. Artikel 117
  119. Artikel 118
  120. Artikel 118a
  121. Artikel 119
  122. Artikel 120
  123. Artikel 120a
  124. Artikel 121
  125. Artikel 122
  126. Artikel 123
  127. Artikel 124
  128. Artikel 124a
  129. Artikel 124b
  130. Artikel 125 t/m 129
  131. Artikel 130

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 1

1 Ambtenaar in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen is degene die door het bevoegde gezag is aan gesteld om in openbare dienst op Bonaire, Sint Eustatius of Saba werkzaam te zijn en op wie artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 niet van toepassing is.

2 Tot de openbare dienst behoren alle diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba beheerd, met inbegrip van het van overheidswege gegeven openbare onderwijs.

3 Zij met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht zijn geen ambtenaren in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen.

4 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder openbaar lichaam verstaan: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, niet onder ambtenaren verstaan:

a. de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

b. krachtens de Grondwet of de wet voor het leven benoemde ambtenaren;

c. de gezaghebber en de gedeputeerden;

d. leden van het College financieel toezicht;

e. onbezoldigde ambtenaren.

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 3

De bepalingen van deze wet en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften vinden slechts toepassing voor zover niet bij een wet of uit kracht daarvan gegeven voorschriften anders is of wordt bepaald.

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 4

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Overheid:

a. de staat, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld;

b. het openbaar lichaam, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld.

Bevoegd gezag:

a. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor wat betreft de ambtenaren in dienst van de staat, niet zijnde personeel van het Bureau van de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

b. het bestuurscollege, voor wat betreft de ambtenaren in dienst van het openbare lichaam met inachtneming van sub c;

c. de eilandsraad, voor wat betreft de eilandgriffier en de op de griffie werkzame ambtenaren;

d. de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor wat betreft het personeel van het Bureau van de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 5

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 6A

1 Voor de vervulling van een vertrouwensfunctie komt slechts in aanmerking degene die Nederlander is. Degene die geen Nederlander is, kan niettemin voor de vervulling van een vertrouwensfunctie in aanmerking komen wanneer het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert.

2 Aan een ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend, indien hij op grond van artikel 5, derde lid, of artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van het bepaalde in dit artikel.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 13

Aanstelling en bevordering geschieden overeenkomstig de regels, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 15

1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld aangaande het beoordelen van ambtenaren.

2 Bij ministeriële regeling wordt een leidraad inzake het houden van functioneringsgesprekken vastgesteld voor de ambtenaren in dienst van de staat.

3 Bij besluit van het bestuurscollege van een openbaar lichaam wordt een leidraad inzake het houden van functioneringsgesprekken vastgesteld voor de ambtenaren in dienst van dat openbaar lichaam.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 15a

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de inrichting en het bijhouden van een ranglijst, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 17

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de bezoldiging van de ambtenaren, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 21

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 23

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 24

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 25

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 26

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 27

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 28

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 29

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 30

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 31

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 32

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 34

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 35

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 36

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 37

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 38

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 39

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 40

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 41

[vervallen]

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 42

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot dienst- en werktijden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 43

1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor ambtenaren regels gesteld over verlening van verlof, het toekennen van verlofsbezoldiging en aanspraken bij ziekte.

2 Met inachtneming van de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam nadere regels worden gesteld bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, over de verlening van verlof en het toekennen van verlofsbezoldiging.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 44

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 45

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 45A

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 45B

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 45C

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 46

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de verplichte aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn aanstelling.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 47

1 De ambtenaar is verplicht zich als een goed ambtenaar te gedragen.

2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van de arbeid.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 48

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 49

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 50

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 51

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 52

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 53

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 54

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor ambtenaren betreffende het bekleden van een andere functie bij de staat of een openbaar lichaam.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 55

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende het aanvaarden van nevenbetrekkingen en het verrichten van nevenwerkzaamheden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 56

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 57

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 57A

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 58

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 59

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 60

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 61

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 61a

1 De ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

2 Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:

a. een politieke groepering, waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet of

b. een vakvereniging.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 61b

De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegde gezag gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. Het bevoegd gezag, op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 62

1 De ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in zijn ambt is ter kennis gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt of hem uitdrukkelijk is opgelegd.

2 De in het vorige lid bedoelde verplichting bestaat niet tegenover hen, aan wie de ambtenaar onmiddellijk of middellijk ondergeschikt is, noch in zover hij door een boven hem gestelde van de verplichting tot geheimhouding is ontheven.

3 De ambtenaar die opzettelijk handelt in strijd met regels, die betrekking hebben op de geheimhouding van inlichtingen en stukken, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of een geldboete van de derde categorie.

4 De ambtenaar aan wiens schuld het handelen in strijd met regels, die betrekking hebben op de geheimhouding van inlichtingen en stukken, te wijten is, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

5 Geen vervolging van de ambtenaar, bedoeld in het derde en vierde lid, heeft plaats dan op klachte van hem, te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.

6 De in het derde en vierde lid bedoelde strafbare feiten zijn misdrijven.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 63

Het is de ambtenaar verboden misbruik te maken van hetgeen hij in zijn ambt heeft vernomen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 64

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 65

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 66

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 67

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 68

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 69

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 70

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 71

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 72

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 73

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 74

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 75

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 75a

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 76

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 77

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 78

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 79

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 80

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 81

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende overige rechten en verplichtingen van ambtenaren, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 82

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende disciplinaire straffen, met dien verstande dat een boete dan wel een inhouding of korting op de bezoldiging ten hoogste gelijk is aan het bedrag van het salaris van de ambtenaar over een maand.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 83

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 84

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 85

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 87

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende schorsing en ontslag van ambtenaren.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 88

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 89

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 90

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 91

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 92

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 93

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 94

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 95

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 96

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 97

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 98

Vervallen

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 99

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van wachtgeld.

Hoofdstuk II — Bepalingen van materieel recht

Artikel 100

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van een geldsom of van investeringsfaciliteiten aan personen die op eigen verzoek, doch gevolg gevend aan een uitnodiging van het bevoegd gezag tot het doen van dat verzoek, zijn ontslagen.

Hoofdstuk III — Georganiseerd overleg

Artikel 101

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de structuur van het overleg inzake aangelegenheden van algemeen belang betreffende de rechtstoestand van ambtenaren.

Hoofdstuk III — Georganiseerd overleg

Artikel 101 t/m 109

[vervallen]

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 1 — Algemeen

Artikel 110

1 Onder bezoldiging wordt in dit hoofdstuk verstaan het geldsbedrag, dat een ambtenaar tijdens zijn ambtsbetrekking ter beloning van de door hem bewezen diensten, onder welke benaming ook, geniet, na aftrek van hetgeen hem in mindering wordt gebracht voor verhaal van pensioenbijdragen.

2 Onder bezoldiging is in dit hoofdstuk wachtgeld begrepen.

3 Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt een ter beschikking van een openbaar lichaam gestelde ambtenaar in dienst van de staat geacht in dienst van dat openbaar lichaam te zijn.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 2 — Inhouding

Artikel 111

1 Op de door de overheid en de openbare lichamen verschuldigde bezoldigingen kan worden ingehouden, hetgeen de ambtenaar aan hen zelf verschuldigd is.

2 Belastingen en retributies worden geacht ten deze tevens verschuldigd te zijn aan het lichaam, met de invordering belast.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 3 — Beslag

Artikel 112

Ten aanzien van een op een bezoldiging gelegd beslag, gelden de bepalingen van het gemene recht.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 4 — Korting

Artikel 113

1 De overheid kan op de door haar verschuldigde bezoldigingen ten behoeve van schuldeisers van de ambtenaar kortingen toepassen voor vorderingen mits deze door de ambtenaar, naar aanleiding van het verzoek om de korting toe te passen, schriftelijk worden erkend.

2 Als door de ambtenaar erkend gelden mede de vorderingen, waarvan het bestaan blijkt uit een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak of van een authentieke akte in executoriale vorm.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 5 — Beperkingen

Artikel 114

1 Bezoldigingen zijn voor inhouden, beslag of korting vatbaar voor één derde gedeelte.

2 Deze beperking geldt evenwel niet ten aanzien van inhouding, beslag of korting:

a. tot verhaal van onderhoudsgelden waarvan de verplichting tot betaling bij rechterlijke uitspraak is opgelegd;

b. terzake van een disciplinaire strafoplegging;

c. tot verhaal van een boete door de strafrechter of een bijzonder gerecht opgelegd;

d. tot verhaal van vergoeding van schade, door de ambtenaar in verband met de uitoefening van de dienst aan de overheid toegebracht door onrechtmatige handelingen of door het nalaten van de zorg waartoe hij gehouden is.

3 Bezoldigingen zijn tot de helft vatbaar voor inhouding, beslag en korting, tot verhaal van hetgeen op de bezoldiging is vooruitbetaald, voorgeschoten of te veel betaald.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 6 — Faillissement

Artikel 115

1 In geval van faillissement van de ambtenaar wordt het gedeelte van de bezoldiging, hetwelk ingevolge beschikking van de rechter-commissaris niet aan de gefailleerde behoeft te worden uitgekeerd, gekort ten behoeve van de curator, voor zover daarop geen inhouding heeft plaats gehad.

2 Faillissement van de ambtenaar en hem verleende surséance van betaling sluiten overigens korting uit.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 7 — Samenloop

Artikel 116

In geval van samenloop van inhouding, beslag en korting, zal, ongeacht in welke tijdsorde zij plaats hebben, het vatbare gedeelte van de bezoldiging eerst worden ingehouden; van het overblijvende zal ten hoogste één vierde geacht worden beslagen te zijn en van het alsdan overblijvende zal ten hoogste één vierde kunnen worden gekort.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 8 — Verdeling

Artikel 117

1 Indien een ingehouden, in beslag genomen of gekort bedrag tussen meer dan een schuldeiser moet worden verdeeld, geschiedt de verdeling naar evenredigheid der vorderingen, voorzover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de andere.

2 Indien naast vorderingen, voor welke de beperkingen van artikel 114, eerste lid niet gelden, ook andere in de verdeling moeten worden begrepen, wordt eerst het in artikel 114, eerste lid, bepaalde deel van dit bedrag onder alle schuldeisers zonder onderscheid verdeeld.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 9 — Overdracht en inpandgeving

Artikel 118

1 Overdracht of inpandgeving, waardoor de ambtenaar enig recht op bezoldiging aan een derde toekent, is slechts geldig, indien zij geschiedt met goedkeuring van de overheid, die hem de bezoldiging toegekend heeft.

2 Zij is slechts geldig tot ten hoogste één derde gedeelte van de bezoldiging.

3 Zij kan slechts geschieden bij hetzij authentieke akte, hetzij onderhandse in tweevoud opgemaakte akte, mits deze laatste geregistreerd is en geheel geschreven is met de hand van de ambtenaar die zelve ondertekend heeft of daaronder door deze geschreven is een goedkeuring, houdende voluitgeschreven in letters het overgedragen of in pand gegeven bedrag of gedeelte van zijn bezoldiging.

4 Een afschrift van de authentieke akte dan wel een der dubbelen van de onderhandse akte moet bij de in het eerste lid bedoelde overheid worden ingeleverd.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 10 — Verjaring van vorderingen

Artikel 118a

Tenzij in bijzondere wetgeving anders is bepaald, verjaren rechtsvorderingen ter zake van bezoldiging, pensioenen en andere geldelijke aanspraken, verschuldigd krachtens een rechtsverhouding waarop dit hoofdstuk van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. De artikelen 316 tot en met 323 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn van toepassing.

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 10 — Verjaring van vorderingen

Artikel 119

Vervallen

Hoofdstuk IV — Inhouding, beslag en korting › § 10 — Verjaring van vorderingen

Artikel 120

Vervallen

Hoofdstuk V — Opleidingen

Artikel 120a

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende opleidingen en opleidingseisen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 121

Vervallen

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 122

Vervallen

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 123

Vervallen

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 124

Vervallen

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 124a

Vervallen

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 124b

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen door ambtenaren in hun hoedanigheid van ambtenaar in de zin van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht opgebouwde of verworven rechten en aanspraken.

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 125 t/m 129

[vervallen]

Hoofdstuk XIII — Slotbepalingen

Artikel 130

Deze wet wordt aangehaald als: Ambtenarenwet BES.