wetzoeker

Artikel 22 Advocatenwet BES

De tuchtrechtspraak

1 De raad van toezicht kan de navolgende straffen opleggen:

a. enkele waarschuwing;

b. berisping;

c. schorsing in de uitoefening van de praktijk ten hoogste gedurende een jaar;

d. schrapping van de in artikel 2 bedoelde lijst van inschrijving.

2 Bij de beslissing, houdende oplegging van een der laatstgenoemde drie straffen, kan de raad tot openbaarmaking van de straf, al dan niet met de gronden op welke zij berust, op de door hem te bepalen wijze besluiten. In geval van schorsing kan de raad tevens bepalen, dat de geschorste de titel van advocaat gedurende de schorsing niet zal mogen voeren.

3 Schorsing in de uitoefening van de praktijk brengt mede verlies van de betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van advocaat vereiste voor benoembaarheid is.

4 De beslissing van de raad, houdende strafoplegging, is met redenen omkleed.

5 Indien de raad van toezicht besluit tot openbaarmaking van de straf, geschiedt deze door de zorg van de secretaris.

6 De kosten van de openbaarmaking van de straf worden verhaald op de gestrafte advocaat; bij diens weigering deze kosten te voldoen, zal verhaal daarvan, na daartoe van de secretaris van de raad van toezicht ontvangen verzoek, plaats vinden door de ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES, waar de gestrafte advocaat woonachtig is.

Regeling
Advocatenwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0028204
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl