wetzoeker

Artikel 14 Advocatenwet BES

De stage

1 De stage begint op de dag waarop de stagiaire de uitoefening van de praktijk onder toezicht van de patroon aanvangt, doch niet vóór de dag waarop de stagiaire overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 beëdigd is. De patroon brengt het tijdstip van de aanvang van de stage onverwijld ter kennis van de raad van toezicht.

2 De stage eindigt tussentijds:

a. ambtshalve door een beslissing van de raad van toezicht;

b. na opzegging door de stagiaire, van welke opzegging de patroon onverwijld schriftelijk kennis geeft aan de raad van toezicht;

c. krachtens onderling goedvinden van de patroon en de stagiaire, van welke wijze van beëindiging van de stage de patroon overwijld schriftelijk kennis geeft aan de raad van toezicht;

d. na goedkeuring door de raad van toezicht van een opzegging door de patroon.

3 Van de in het vorige lid onder a en d bedoelde beslissing en de weigering door de raad van toezicht de opzegging door de patroon goed te keuren staat beroep open op de raad van appèl.

4 De in het tweede lid onder d bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd, indien de opzegging jegens de stagiaire onredelijk is.

5 De Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES is niet van toepassing op een met de stagiaire bestaande arbeidsovereenkomst.

Regeling
Advocatenwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0028204
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl