wetzoeker

Artikel 4 Vakantiewet 1949 BES

Van de vakantie

1 De vakantie wordt bij voorkeur onafgebroken verleend.

2 Indien de arbeider het verzoekt of de werkzaamheden het wenselijk maken, kan de vakantie worden gesplitst. Tenminste de helft van de vakantie wordt echter aaneensluitend verleend.

3 De beslissing omtrent het tijdstip, waarop de vakantie zal ingaan, alsmede die omtrent de tijdvakken, waarin de vakantie overigens zal worden gesplitst berust bij de werkgever. Daarbij dient, voor zover de belangen van het bedrijf en die van het overige personeel dit toelaten, zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met de wensen van de arbeider.

Regeling
Vakantiewet 1949 BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028173
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl