wetzoeker

7.2 — Samenwerken Circulaire Burgemeestersbevel twaalfminners, artikel 172b Gemeentewet

Samenwerken

Bij de zorg om jonge kinderen en bij het beëindigen van overlast door deze kinderen is samenwerking met alle betrokken partners essentieel. Er bestaan diverse samenwerkingsverbanden waarvan gebruik kan worden gemaakt:

− Als de nadruk nog vooral op zorg ligt en dus de instrumenten uit artikel 172b nog niet noodzakelijk zijn, ligt het voor de hand om de samenwerking te zoeken met de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) en het zorgadviesteam (ZAT) en de casusoverleggen die in dat kader worden gehouden. Binnen het ZAT werken onder regie van de gemeenten in veel gevallen onder anderen de school, het maatschappelijk werk, de CJG’s en Bureau Jeugdzorg (BJZ) samen aan ondersteunen van het jonge kind en gezin in preventieve zin. Binnen het ZAT is ook de aansluiting op het CJG geregeld waar de zorgcoördinatie plaatsvindt. Goede coördinatie van zorg en hulp die worden ingezet en de ondersteuning die wordt aangeboden is essentieel. ‘Eén gezin, één plan’ is daarbij de leidraad. Door de voorgeschiedenis zal er bij het ZAT en de deelnemende partnes veel relevante informatie over het desbetreffende kind aanwezig zijn. Daarom is, ook als preventieve ondersteuning door aanhoudende overlast niet langer de primaire richting kan zijn, samenwerking met het ZAT van groot belang. Deze samenwerking kan op dat moment het beste vorm krijgen binnen het Veiligheidshuis, om te voorkomen dat vanuit het ZAT verkregen vertrouwelijke (achtergrond) gegevens zonder meer in een eventueel strafdossier terecht komen.

− Daarnaast werken de politie en BJZ al langere tijd samen in het werkproces ‘Vroegsignaleren en Doorverwijzen’. De politie meldt alle kinderen waar zij zich zorgen over maken (dit kan overlast zijn, maar ook kinderen die getuigen zijn van huiselijk geweld e.d.) door middel van het landelijk zorgformulier aan bij een meldpunt van BJZ. BJZ bekijkt of er zorg en/of bescherming nodig is (zorgtaxatie), organiseert deze zorg en koppelt terug aan de politie. Sinds januari 2010 meldt de politie ook de groep jonge kinderen die delicten plegen en niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden (12 min delictplegers) volgens dit werkproces bij BJZ aan.

− Als de nadruk is verschoven van het bieden van ondersteuning naar het stoppen van het overlastgevende gedrag, ligt het Veiligheidshuis als coördinatie centrum voor de hand. Hierbinnen zijn de veiligheidspartners en zorgpartners verenigd. Ook hier blijft de balans tussen optreden en ondersteunen van groot belang. De gemeente kan als veiligheidsregisseur zorgen dat de juiste partners worden betrokken.

In alle gevallen waarin professionals en of instellingen zich zorgen maken om een jong kind is het delen van informatie via Verwijs Index Risico jongeren (VIR) essentieel. Ook de gemeente kan daar een melding in maken. De VIR is een belangrijk instrument bij het verzamelen van alle relevante informatie omdat uit de VIR duidelijk blijkt welke partner kennis heeft over het desbetreffende kind.

Het bevel op grond van artikel 172b Gemeentewet ontleent zijn handhaafbaarheid aan artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Als ouders het bevel opzettelijk negeren, kan het Openbaar Ministerie (OM) wegens dit strafbare feit vervolging instellen. Hiertoe moet een proces verbaal zijn opgemaakt door een opsporingsambtenaar. Het is schadelijk voor de geloofwaardigheid als de burgemeester een bevel oplegt, maar het OM niet kan of wil vervolgen bij overtreding van het bevel. Samenwerking met het OM (en politie) is daarom essentieel in het voortraject en bij de opbouw van het dossier. Alleen door van te voren met het OM af te stemmen, kan worden voorkomen dat achteraf blijkt dat een bevel niet handhaafbaar is. Ook hier biedt het Veiligheidshuis op casus niveau een goed platform voor. Gezamenlijk beleid ten aanzien van het gebruik van artikel 172b Gemeentewet kan in de lokale driehoek worden overeengekomen.

Regeling
Circulaire Burgemeestersbevel twaalfminners, artikel 172b Gemeentewet
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-09-2010
BWB-id
BWBR0028138
Versie
2010-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl