wetzoeker

Definitie apparatuur Tariefbeschikking 5500-1900-11-1

13.1 onder partieel vaste apparatuur wordt verstaan: vaste apparatuur in boven- of onderkaak die is verbonden aan ten minste twee blijvende molaren of premolaren en alle in die kaak doorgebroken blijvende incisieven en cuspidaten; deze elementen dienen alle van banden c.q. brackets te zijn voorzien.

13.2 onder volledig vaste apparatuur wordt verstaan: vaste apparatuur in boven- en onderkaak die is verbonden aan ten minste twee blijvende molaren of premolaren en alle doorgebroken blijvende incisieven en cuspidaten; deze elementen dienen alle van banden c.q. brackets te zijn voorzien.

13.3 onder eenvoudige orthodontische apparatuur wordt verstaan: apparatuur om gewoonten af te leren die afwijkingen kunnen veroorzaken of verergeren, of om sturend op te treden in de gebitsontwikkelingen indien sprake is van een latente orthodontische afwijking, of als reeds sprake is van een manifeste afwijking om toename daarvan te beperken.

13.4 onder vacuümgevormde apparatuur worden behandeltechnieken zoals Invisalign verstaan, waarbij via (digitale) set-up correctiehoesjes (tenminste 8) worden vervaardigd.

13.5 onder linguale apparatuur wordt apparatuur verstaan die aan de linguale en/of palatinale zijde van gebitselementen wordt bevestigd.

13.6 onder intermaxillaire correctieveren wordt apparatuur zoals JasperJumper of Forsus spring verstaan.

13.7 onder met banden vastzittende kaakcorrectie-apparatuur wordt apparatuur zoals Herbst en MARA verstaan.

13.8 onder uitneembare apparatuur wordt verstaan: alle apparatuur die niet aan één van bovengenoemde omschrijvingen voldoet.

Regeling
Tariefbeschikking 5500-1900-11-1
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
31-08-2010
BWB-id
BWBR0028137
Versie
2010-08-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl