wetzoeker

Artikel 3 Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten

Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten

1 Een lid van het college kan niet tevens zijn:

a. Gouverneur;

b. minister of staatssecretaris;

c. commissaris van de Koning of gedeputeerde;

d. lid van de Staten of van een daarmee vergelijkbaar orgaan van Nederland;

e. burgemeester of wethouder dan wel gezaghebber of eilandgedeputeerde;

f. lid van de Raad van Advies van een van de landen;

g. lid van de Raad van State van het Koninkrijk;

h. lid van de Algemene Rekenkamer van een van de landen of van Nederland;

i. ombudsman of substituut-ombudsman van een van de landen of van Nederland;

j. ambtenaar bij een ministerie of een daaronder ressorterende instelling, dienst of bedrijf.

2 Een lid vervult ook overigens geen andere betrekking of nevenfunctie die overigens ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

3 Een lid meldt het voornemen tot het aanvaarden van een andere betrekking of nevenfunctie aan het college. Het college informeert Onze Minister en de besturen.

4 Het college maakt de nevenfuncties van een lid openbaar. Openbaarmaking geschiedt bij zijn benoeming en voorts door jaarlijkse publicatie van een opgave van deze nevenfuncties in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en de Landscourant Sint Maarten.

Regeling
Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028132
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl