wetzoeker

Artikel 29 Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten

Overgangs- en slotbepalingen

1 Voor het bij de inwerkingtreding van deze wet lopende begrotingsjaar wordt onder rentelastnorm verstaan de rentelast die overeenkomt met 5% van de voor dat jaar begrote gezamenlijke inkomsten van de collectieve sector van een land.

2 Voor het na de inwerkingtreding van deze wet beginnende tweede begrotingsjaar wordt onder rentelastnorm verstaan de rentelast die overeenkomt met 5% van de gemiddelde begrote gezamenlijke inkomsten van de collectieve sector van een land in het jaar waarop die begroting betrekking heeft en in de begroting van het daaraan voorafgaande jaar, na wijziging.

3 Voor het na de inwerkingtreding van deze wet beginnende derde begrotingsjaar wordt onder rentelastnorm verstaan de rentelast die overeenkomt met 5% van de gemiddelde gezamenlijke inkomsten van de collectieve sector van een land zoals die zijn gerealiseerd in het eerste jaar na inwerkingtreding van deze wet en zoals ze zijn opgenomen in de begroting, na wijziging, van het tweede jaar na inwerkingtreding van deze wet en in de begroting van het lopende jaar.

4 Voor het na de inwerkingtreding van deze wet beginnende vierde begrotingsjaar wordt onder rentelastnorm verstaan de rentelast die overeenkomt met 5% van de gemiddelde gerealiseerde gezamenlijke inkomsten van de collectieve sector van een land over de eerste twee jaren na inwerkingtreding van deze wet, en zoals die inkomsten zijn opgenomen in de begroting, na wijziging, van het derde jaar na inwerkingtreding van deze wet.

Regeling
Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028132
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl