wetzoeker

Artikel 2 Reglement voor de Gouverneur van Curaçao

Benoeming en ontslag van de Gouverneur

De Gouverneur legt in handen van de Koning of van degene, door de Koning hiertoe aangewezen, de eed (verklaring en belofte) af:

«Ik zweer (verklaar), dat ik, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of wat voorwendsel ook, in verband met het verkrijgen van mijn benoeming tot Gouverneur aan iemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven.

Ik zweer (beloof), dat ik om iets hoegenaamd in dit ambt te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken aannemen zal, middellijk of onmiddellijk.

Ik zweer (beloof), trouw aan de Koning en aan het Statuut voor het Koninkrijk; dat ik het welzijn van Curaçao naar mijn vermogen bevorderen zal; dat ik de Staatsregeling van Curaçao en het Reglement voor de Gouverneur van Curaçao steeds zal onderhouden en doen onderhouden en dat ik mij in alles zal gedragen, zoals een goed Gouverneur betaamt.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik»).

Regeling
Reglement voor de Gouverneur van Curaçao
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-04-2020
BWB-id
BWBR0028105
Versie
2020-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl