wetzoeker

Artikel 3 Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving

Instelling en taak

1 De Raad is in de landen belast met algemene inspectie van de volgende organisaties:

a. de politie, de opleiding van de politie en het openbaar ministerie,

b. instellingen en inrichtingen waar vrijheidsstraffen, vrijheidsbeperkende straffen, vrijheidsbenemende maatregelen of vrijheidsbeperkende maatregelen ten uitvoer worden gelegd, of reclassering dan wel slachtofferzorg plaatsvindt ten aanzien van volwassenen en jeugdigen,

c. andere bij landsverordening of bij wet aangewezen organisaties die onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister vallen en deel uitmaken van de justitiële keten.

2 De Raad voert de inspectie, bedoeld in het eerste lid, uit met betrekking tot:

a. de effectiviteit,

b. de kwaliteit van de taakuitvoering, en

c. het beheer.

3 De Raad is voorts belast met de algemene inspectie van de kwaliteit en effectiviteit van de justitiële samenwerking tussen de landen.

4 De Raad kan bij landsverordening of bij wet worden belast met advisering over de afhandeling van klachten bij bestuursorganen over de wijze waarop een organisatie als bedoeld in het eerste lid zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen.

5 De Raad kan bij landsverordening of bij wet worden belast met het toezicht op de verwerking van politiegegevens. Daarbij kunnen de voor die taak benodigde bevoegdheden aan de Raad worden toegekend.

6 De Raad voert geen inspectie uit voor zover de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, een onderzoek instelt.

Regeling
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028075
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl